17 februari 2015

Pay it forward – over multifunctionele bakkers en systemen die (niet) werken

De multifuncionele bakker
Ik hoorde vandaag over een bakker in Dordrecht. Iemand die levensmiddelentechnologie studeerde, maar uiteindelijk toch de bakkerszaak van zijn ouders overnam. Hij werd beschreven als een filosoof die zijn klanten allerlei verhalen, analyses en beschouwingen meegeeft. Dat is nog eens wat anders dan een halfje bruin.

Meteen betrap ik mezelf er bij het horen van zo’n verhaal op dat de bakker dan vast bepaalde idealen heeft die zo’n keuze verklaren. Ik denk er dan aan dat hij een traditie wilde voortzetten, qua familiegeschiedenis en qua vakmanschap. Dat hij teleurgesteld raakte in het commerciële van de voedselindustrie en zich stoorde aan al die bewerkte producten die mensen tegenwoordig (genoodzaakt zijn te) eten. Dat hij het belangrijker vond om een bijdrage te leveren aan de buurt waar zijn bakkerswinkel staat, verbanden aangaat met andere ondernemers, sportverenigingen sponsoren, een praatje maakt met de oude mevrouw om de hoek. Wie weet zelfs meedoet aan het schoonhouden van de straat en het bijhouden van het plantsoen om de klanten een mooie winkelomgeving te geven. En heel misschien dat hij zijn gezin dichtbij wilde hebben, vrouw in de winkel, misschien zoon die hem opvolgt. Of dochter.

Mijn fantasie slaat op hol, weet ik veel wat hij doet en waarom.

Koken in de Pauluskerk
Vorige maand waren de dames van Stadslandbouw Schiebroek (een voormalige sloopwijk in 010) bij onze bijeenkomst in het provinciehuis. Onder begeleiding van iemand die 5 jaar werd betaald door Vestia, startten zij een moestuintje, bouwden ze een sociaal netwerk in de buurt, gingen ze gezonder koken voor hun kinderen en begonnen ze uiteindelijk een cateringbedrijfje. Afgelopen zaterdag tijdens Stadslandbouw Festival ERGroeit in Rotterdam waren ze er ook en gaven ze een kookworkshop.

Zondag liep ik na een lunch met mijn ouders en een uurtje boekje lezen bij Hotel New York in de zon mijmerend terug naar Rotterdam Centraal. Bij de Pauluskerk stopte ik even om op een bord te lezen over het werk van de organisatie. Ineens werd ik geroepen door een dame in hoofddoek. ‘He Rachelle, wat doe jij hier? Je kent me toch nog wel?’ – Het was een van de dames van Stadslandbouw Schiebroek. Binnen stonden er nog twee. Trots vertelde ze me dat ze voortaan een keer in de maand gingen koken voor de drugsverslaafden, armen en illegalen in de Pauluskerk. Bam. Over paying it forward gesproken.

Horiuchi-san
Pay it forward. Dat kennen we natuurlijk van de film. Maar ik leerde het van Horiuchi-san in Tokyo een jaar of tien geleden. Ik wilde iets terugdoen voor alle dingen die zij voor mij had gedaan als YFU-vrijwilliger, maar dat wilde ze niet. ‘Doe jij maar hetzelfde voor een ander.’ Je doet iets voor een ander, zet hem of haar in zijn kracht, in de hoop en verwachting dat het elders een doorwerking heeft.

De grote systeemwereld
Vanochtend had ik een gesprek met iemand die goed thuis is in de watersector. We willen samenwerken op iets simpels en praktisch als het ontstenen en vergroenen van particuliere tuinen. Da’s namelijk belangrijk i.h.k.v. klimaatadaptatie (o.a. het ons voorbereiden op piekbuien die klimaatverandering veroorzaakt). Zoals eerder gebeurde op de maatschappelijke thema’s sociale cohesie, gezondheid, voedsel, energie, educatie, natuur en openbare ruimte, ontsloot zich een enorm web aan organisaties voor me die hier allemaal mee bezig zijn. Die allemaal (ook) iets willen van die burger met een tuin. Ze hebben de afgelopen jaren prachtige rapporten geschreven achter pc’s op bureaus in gebouwen waar landelijke organisaties gehuisvest zijn. Het zijn wat ik noem ‘systeempartijen’. Organisaties die zich bezighouden met een klein onderdeel van het dagelijks leven. Waarin maar weinig rekening wordt gehouden, en gehouden kan worden, met al die andere onderdelen van het dagelijks leven van die burgers met die tuinen in die wijken. Onderdelen waarmee synergie kan ontstaan die energie (en geld!) kan besparen.

Ook ik heb de neiging om hierover te zeiken. Maar dat moet ik niet doen. Het zijn namelijk allemaal mensen die op hun beurt goed proberen te doen, die op hun beurt bezig zijn met paying it forward. Zij hebben de kans gekregen om een goede opleiding te volgen en daarmee een goede baan te vinden om vervolgens iets terug te doen voor de maatschappij.

Ze zijn simpelweg slachtoffer van een ontwerpfout.

Leren van de natuur
Van de permacultuur leerde ik dat de natuur systemen energie-efficiënt ontwerpt, dat elementen (denk aan de bakker!) in het systeem meerdere functies dragen, dat alles met elkaar samenhangt in een ingewikkeld web van input/output-relaties en dat belangrijke functies van het systeem (denk bijvoorbeeld ook aan veiligheid in de buurt) door meerdere elementen gedragen worden. Als je deze ontwerpprincipes (en nog wat andere) volgt, krijg je een veerkrachtig systeem dat tegen een stootje kan. Dat wil je natuurlijk ook voor je sociale systemen, niet?

In de eerste twee voorbeelden hierboven (waarvan 1 vooralsnog imaginary) zie je zo’n systeempje ontstaan. Heel lokaal, op een schaal waarop het hanteerbaar is voor mensen. Complexe maatschappelijke thema’s krijgen zo een menselijke maat.

In het derde voorbeeld dat model staat voor veel andere voorbeelden zijn er natuurlijk zaken die door landelijke partijen geregeld moeten worden, maar heel veel kan simpelweg niet landelijk of sectoraal geregeld worden, tenzij je heel veel geld (=energie) hebt. En dat lijkt de laatste jaren een beetje te gaan wringen, dat geld.

Het klinkt misschien naïef, maar als je er vanuit een positieve insteek naar kijkt is het doel van al bovenstaande machinaties uiteindelijk dat de mensen op de plek waar zij zijn een goed leven hebben. Dat is ook waar je tegenwoordig al die initiatieven ziet ontstaan: mensen die samen op de plek aan de slag gaan met groen, energie, zorg, etc. om daar een (vaak ook publieke) meerwaarde te realiseren. Als tegenreactie op alle inefficiënte systemen waar mensen als scholier, werknemer of zorgvrager ook als individu in gevangen zitten, bouwen zij lokaal een nieuw sociaal web met sterke pay it forward-relaties. En in dat sociale netwerk worden allerlei zaken die belangrijk zijn in het dagelijkse leven van mensen gerealiseerd. En als het niet vanzelf ontstaat, is er (zoals bij bovenstaand voorbeeld van Vestia) professionele hulp bij nodig.

Niets nieuws overigens natuurlijk, dit is hoe menselijke systemen van nature werken.

En ik dan?
Dus, wat moet je als welwillend individu dat wil doen aan pay it forward? Ik zou zeggen, begin een multifunctionele bakkerswinkel ofzo. Of, als je gevangen zit in het grote systeem, ga er binnen je mogelijkheden alles aan doen om ervoor te zorgen dat het grote systeem erop gericht raakt om de kleine, lokale systemen te laten floreren. Daar gebeurt het, daar hebben mensen een goed leven, of niet.

Geen opmerkingen: